Keuringen en veilingen, wat zijn de trends?

De hengstenkeuringen van 2010/2011 staan weer voor de deur en de veulen‐ en rijpaard‐veilingen zijn in volle gang. Het is een drukke tijd in de paardenwereld, vol interessante nieuwe trends en happenings. Welke hengsten brengen de duurste veulens en rijpaarden op de veiling en welke hengst word de keuringskampioen van dit jaar?

Ik denk dat bijna alle paardenmensen met een beetje interesse voor o.a. fokkerij, deze evenementen wel volgen. Om de veiling als eerste voorbeeld te nemen denk ik dat het een duidelijk signaal is naar de trends van nu en de komende jaren. Er word natuurlijk streng geselecteerd op vele eigenschappen die men nu wil zien in een veulen of rijpaard.
Maar vergeet niet dat de volgende veilingen deze aspecten al weer veranderd kunnen zijn… En dat niet altijd alleen de beste veulens geselecteerd worden voor de veiling, want veel goede veulens zullen nooit verschijnen op de veiling maar staan gewoon bij de fokkers thuis!

Hoge bedragen worden er neergeteld op de topper van de dag, en vaak niet zonder succes, want vele malen is het al voorgekomen dat de veilingtopper later een keuringstopper bleek te zijn of dat nu bij de merrie‐ of de hengstenkeuring is.

Maar interessanter vind ik persoonlijk de veulens die qua prijs in de middenmoot bleven steken.
Als je die dan later zich als topper ziet ontwikkelen denk je toch, goh dat is nu leuk die mensen wisten goed wat ze kochten, of is het toeval…?

Er hangt natuurlijk een bepaalde charme aan het kopen op een veiling, voor de verkoper natuurlijk vanwege zijn naam en hopelijk de goede prijs die het veulen gaat opleveren, maar ook voor de koper want een hoog bedrag neerlegen voor een veilingtopper brengt toch de nodige aandacht met zich mee.
En niet geheel onterecht want een topper van een veulen in bezit hebben is toch een beetje een eer!

De hengstenkeuringen verspreid door het land, en zelfs ook door Europa, zijn minsten zo interessant.
Ook hier is de grote vraag wat de trends zijn van dit jaar, welke nakomelingen van welke hengsten doen het goed? En wat wil de commissie dit jaar graag zien? De keuzes van de (meestal) heren van de keuringscommissies hebben een grote invloed op de fokkerij van de toekomst. Zij zijn tenslotte degenen die bepalen welke hengsten tot de fokkerij toegelaten zullen worden, en dan is het natuurlijk wel de fokker die de keuze maakt welke hengst voor welke merrie geschikt is, maar dat is pas na de selectie die de commissie al gemaakt heeft.

Dus wat zullen de trends worden van dit jaar? Laten we eens een gokje doen. Hoog op het verlanglijstje staan dressuur‐paarden die ‘Totilas kwaliteiten’ vertonen: royaal ontwikkelde dressuurpaarden met een mooi front, veel tritt en beweging in de benen, die sterk van achteren zijn,maar wel een lang gelijnd exterieur hebben met sterke verbindingen.

De moederlijn en sportresultaten (uit met name de moederlijn) zullen natuurlijk altijd hoog op de lijst blijven staan, alhoewel dat ook niet altijd garantie is voor kwaliteit.

Bij de springpaarden zoeken ze dit jaar naar goed ontwikkelde paarden met veel bloed in de uitstraling, niet alleen het aloude vermogenverhaal zal hier de hoofdrol krijgen, maar wel paarden met snelle reflexen die vlug van de grond springen en wendbaar zijn en makkelijk kunnen schakelen in de galop. Vaderdieren die al op jonge leeftijd goed ontwikkeld moeten zijn, maar wel bloed hebben in de bouw en uitstraling.

Niet een makkelijke opgave dus aangezien echt hoog in het bloed staande paarden nu eenmaal niet flink ontwikkeld zijn op deze leeftijd, maar je moet een ideaal plaatje hebben om naar toe te kunnen streven en dus zal ook dit jaar de lat weer hoog liggen. En wie weet zien we wel een veilingtopper terug van het jaar 2008…

Ik kijk in elk geval weer met veel interesse het komende seizoen tegemoet!

Onze hengstenkeuze, hoe gaat dat in zijn werk?

Graag wil ik met dit stukje een van de hengstenkeuzes die wij dit jaar maakten nader toelichten. Het maken van een hengstenkeuze is namelijk helemaal niet gemakkelijk en is ook niet iets wat even snel tussendoor gebeurt. Het hele jaar door houd ik daarvoor alles op het gebied van keuringen en sportresultaten in de gaten. Op deze manier krijg ik een duidelijk beeld van de prestaties van de hengsten zelf, hun nakomelingen maar natuurlijk ook van de moederlijnen.

Daarnaast houd ik een lijst bij van hengsten die ik opvallend vind en die wellicht interessant zijn voor onze fokkerij. In januari/februari gaan we dan definitief op zoek naar de juiste hengsten voor onze merries. Op een gegeven moment hebben we dan een lijstje met voorkeurshengsten. Over het algemeen zorgen we er dan voor dat ik, meestal samen met Renée, vroeg in het voorjaar een ‘rondje Nederland’ doe, om deze voorkeurshengsten te bezichtigen. We willen ze allemaal gezien hebben voordat er een definitieve keuze gemaakt wordt.

Een paard kies je niet op basis van een foto uit een mooie folder of van alleen een enkel videootje op het internet. De uitstraling van de hengst kan je pas echt zien als je voor hem staat en zo is ook de bouw en voor een deel ook het karakter van het dier goed te beoordelen.

Daarna komt de werkelijke keuze, en daarbij spelen niet alleen bovengenoemde factoren een rol, maar ook het gevoel wat we erbij hebben is van groot belang. Dat geeft uiteindelijk de doorslag. Fokken is volgens ons voor een groot deel nu eenmaal een gevoelskwestie.

Flamenco de Semilly is zo’n hengst waar we direct een bijzonder goed gevoel bij hadden. Ik volgde hem al een aantal jaren. Hij heeft een machtige uitstraling zeker in het werk, is gedreven en krachtig.
Misschien op stand niet het mooiste paard wat je je kan voorstellen, maar zijn power doet dat in het niet verdwijnen.
Ook zijn nakomelingen braken internationaal door, en ondanks het geringe aantal daarvan liep er een hoog percentage zeer succesvol op hoog niveau. En dat terwijl hij nou niet bepaald de beste merries had gekregen in zijn beginjaren…

Een opvallende prestatie dus, een prestatie die meer aandacht verdient.
We besloten hem in te zetten voor twee van onze merries, de grootramige Holsteiner merrie Attentia en haar imposante dochter Riannin. Dat hadden we nog niet eerder gedaan, zowel moeder als dochter van de zelfde hengst laten insemineren.
Zo ontstaat er weliswaar een leuke vergelijking, maar afgezien daarvan, wat vooral voor deze keuze de doorslag gaf, was gebaseerd op andere redenen.
Attentia gaf eerder met Totoche Du Banney (v.Grand Veneur) het bloedmooie veulen Riannin Mansolein. De combinatie van Frans bloed op Holsteiner merries heeft in het verleden, maar ook vandaag de dag, al bewezen dat het een hele goede combinatie kan zijn.

Ook belangrijk is de volbloed vader van de moeder van Flamenco de Semilly, St. Brendan xx. Hierdoor fokken we meer bloed terug in de lijn van Attentia, en volbloed is van groot belang voor de fokkerij.
Het geeft paarden extra uithoudingsvermogen, intelligentie en wilskracht, eigenschappen die van levensbelang zijn voor alle takken van de paardensport.

Door Riannin Mansolein, die dus al een Franse vader heeft, terug te dekken met een Franse gefokte hengst, hopen we de kracht van de Franse fokkerij te verankeren.

Door deze combinatie zit er in de eerste drie generaties van het toekomstige veulen tweemaal het bloed van de grootheid Grand Veneur.
Dat, in combinatie met het hoge percentage volbloed wat Flamenco de Semilly voert, zal er voor zorgen dat het een hoog in bloed staand veulen wordt met een krachtige bouw en dito bewegingen.

We erg zijn benieuwd naar de veulens van beide merries volgend voorjaar!

Larisse Engels

Oplossen van problemen: Altijd naar voren toe!

Hoe vaak heb je wel niet tijdens het rijden dat iets niet helemaal lukt. Een wending komt niet goed uit, het wijken voor de kuit wil niet lekker gaan, of een overgang wil niet lukken. Zo kan je tal van kleine problemen opnoemen waar het tijdens het rijden niet helemaal lekker gaat.

Deze maand wil ik het hebben over problemen oplossen onder het zadel.

Ik vind het altijd van groot belang rijtechnische problemen naar voren toe op te lossen. En of het nu gaat om een jong of doorgetraind paard, dat maakt niet uit.

Hoe vaak heb je wel niet tijdens het rijden dat iets niet helemaal lukt. Een wending komt niet goed uit, het wijken voor de kuit wil niet lekker gaan, of een overgang wil niet lukken. Zo kan je tal van kleine problemen opnoemen waar het tijdens het rijden niet helemaal lekker gaat.

Mijn advies daarbij is om deze probleem altijd naar voren toe op te lossen. Daar bedoel ik volgende mee.

Met ‘naar voren toe’ bedoel ik letterlijk het tempo opvoeren. Daarmee is het de bedoeling het paard met enkele passen uit het probleem te rijden om het vervolgens terug te nemen en het opnieuw te proberen. Ook als een paard wat kijkerig is, is het van belang hem goed te blijven rijden en naar voren te zetten.

Neem hierbij de stelling aan van de richting die je zelf op wilt en volg niet de stelling die het paard wil aannemen!

Vaak gebeurt het bij een probleem tijdens het rijden dat de ruiter stopt met rijden, dan zakt het paard in en is er geen ruimte meer voor een oplossing. Het paard valt stil en moet helemaal opnieuw aan het werk gezet worden. Voor je dan weer terug bent op het punt dat je de bedoelde oefening kan inzetten ben je weer een heel eind verder. Daarom moet je juist blijven rijden en het paard naar voren toe zetten. Door het naar voren rijden heb je sneller controle, ook al klinkt dat tegenstrijdig. Maar je kan je paard dan terugnemen in tempo om vervolgens de oefening weer op te pakken.

Tijdens het naar voren zetten is het van belang te controleren of de aanleuning gelijkmatig blijft. Vind je paard dat nog moeilijk, stel hem dan bij het wegrijden iets ronder in. Denk erom dat het paard niet met de kin op de borst gereden wordt of te ver achter de loodlijn blijft lopen. Voor training mag het paard best eens wat ronder ingesteld worden maar doe dat niet te lang. In een goede open aanleuning naar voren, is de plek waar hij moet lopen.

Dus ook aanleuningsproblemen los je naar voren op!

Larisse Engels

Werken met hengsten

Je ziet het steeds meer: mensen die een paard zoeken om mee aan het werk te gaan, en die dan graag een hengst willen, omdat dat toch iets speciaals is. Daarom wil ik deze maand graag mijn kennis met jullie delen over het werken met hengsten.

Ook ik heb een voorkeur voor hengsten in het werk. Niet omdat merries vervelender zouden zijn door hengstigheid of zo, maar om het ‘beetje extra’ wat je van een hengst kan krijgen.

Een hengst is iets speciaals, niet alleen wat betreft het in het uiterlijk, maar ook in uitstraling, het vertoon van kracht en elegantie. Om daar als mens mee te mogen samen werken is toch een droom, zeker als die samenwerking ook echt goed gaat.
Het vertrouwen van een hengst winnen is echter niet zo makkelijk.

In veel boeken wordt er gewaarschuwd hoe gevaarlijk hengsten zijn en hoe moeilijk het is op een veilige manier met ze te werken. Deze waarschuwingen zijn veelal op hun plaats, maar naar mijn idee vaak overdreven.

Hengsten hoeven niet gevaarlijker te zijn dan een ruin of merrie, mits hij goed is opgevoed en mits de persoon die er naast staat of op zit weet wat hij doet. En daar schort het vaak aan.

Mijn ervaring met hengsten is goed. Gek genoeg waren het hengsten waar ik mijn eerste echte paardenervaring mee heb opgedaan. Dit begon al op Texel waar er altijd jonge hengstengroepen achter ons huis liepen van een plaatselijke fokker. Dit waren paarden die niet heel veel in handen kwamen en dus niet bepaald handmak waren. Uren deed ik er over om ze te kunnen benaderen en aaien. Zonder veel kennis van zaken was ik in staat snel contact met ze te krijgen en hun vertrouwen te winnen.

Later was dit ook het geval bij jonge hengsten van andere fokkers. Ze hadden altijd de zelfde krachtige uitstraling en ik voelde mij vereerd dat ze met me accepteerden. Als een hengst vertrouwen geeft voelt dat altijd als iets bijzonders.

Een hengst kan je niet dwingen iets voor je te doen, en zeker niet met geweld of dwang. Voor een hengst moet je het verdienen om met hem te mogen werken. En die vertrouwensband blijft er altijd, dat is de sleutel om met een hengst veilig te kunnen werken, dat is iets wat blijft. Je kan het echter niet zomaar vanzelfsprekend vinden, dat vertrouwen. Je moet er aan blijven werken en het iedere keer weer verdienen.

Ook de eerste keren dat ik jonge paarden beleerde, waren het hengsten. Een van de belangrijkste lessen die ik heb geleerd kwam van mijn broer Siko. Hij was nog een leek wat paarden betreft toen hij met ons dit bedrijf begon, en had dus zijn hele eigen‘wijze‘ manier van doen met de paarden. Omdat ik niet altijd sterk genoeg was voor de hengsten, zeker als zij een correctie nodig hadden, nam Siko het van mij over. Hij was streng voor ze maar zeker rechtvaardig.
Op het moment dat het gevoel tussen hem en de hengst goed was gaf hij ze ook de vrijheid hun hengstzijn te tonen, maar ook om hengstendingen te doen zoals het snuffelen aan een mest hoop van een ander paard.

Ik had geleerd dat dit geen goed idee was; iedereen vertelde mij, en in de boeken stond dat ook, dat het gevaarlijk gedrag tot gevolg zou hebben. Dit bleek echter niet waar te zijn. Het bleek belangrijk te zijn dit hengstengedrag toe te staan, maar altijd binnen de grenzen die de begeleider stelt. En omdat Siko de hengsten deze vrijheid onder zijn begeleiding en voorwaarden gaf, kreeg hij een enorm respect van de hengsten terug. Ze waardeerden hem omdat ze hun hengstzijn mochten gebruiken. En als het eens een keer niet mocht of de hengst gedroeg zich niet netjes, hoefde Siko maar een kleine correctie te geven en het paard kwam al terug bij hem.
Hiermee leerde ik van Siko een belangrijke les die nog steeds van groot belang is. Het resultaat hiervan was dat ik op een veilige en erg plezierige manier met deze indrukwekkende dieren kon werken.

Op het moment dat wij beginnen met het beleren van de paarden, zo tussen de 3 en 4 jaar, doen we dat in onze buitenbak. De bak ligt centraal gelegen tussen de weilanden en er staan altijd andere paarden om heen. Zeker de merries met veulens staan er eigenlijk altijd wel vlak bij. Dit is natuurlijk een grote bron van afleiding voor met name de jonge hengsten. Toch is dit een hele goede oefening, ook al beginnen de hengsten nog maar net met werken. Zeker als ze eenmaal goed gewend zijn aan de longe, werk ik graag aan in de achterkant van de bak met ze, de plek die het dichtste bij de merries is. Hierbij leren ze dat als ik met ze aan het werk ben, ze moeten opletten en het gevraagde werk moeten uitvoeren.

Maar als de omstandigheden er naar zijn krijgen ze ook de kans om hun hengstzijn te tonen en een paar rondjes te showen naar de merries toe. Maar dan wel op de voorwaarde, dat als ik zeg dat het genoeg is geweest, ze er ook mee stoppen. Als de band tussen jou en de hengst sterk genoeg is zal hij dit respecteren.

Let wel, de hengst mag niet uit zichzelf beginnen zonder dat er controle op is van de begeleider.
Door dit op de juiste momenten wel toe te staan of juist iets te motiveren zoekt je de grenzen op met de hengst en zul je hier profijt van hebben in situaties die anders zijn dan thuis zoals bv. op wedstrijden. Daar is het juist een plus als een hengst zich extra mooi wil maken, onder jou begeleiding, zonder dat er gevaarlijke situaties ontstaan.

Veel mensen die bij ons op het bedrijf zijn geweest, maar ook mensen die hier een paard/ hengst hebben gekocht, zijn verbaasd over hoe makkelijk onze hengsten in de omgang zijn. Hoeveel respect en vertrouwen ze hebben in de mens in het algemeen. En dat ze er zo mee kunnen werken zonder enig probleem.

Een deel van het geheim, wat nu dus geen geheim meer is, ligt dus bij de opvoeding van de hengst. En dat laat maar weer eens zien hoe belangrijk dat is. Het zit hem dus niet in het verbieden en het paard apart houden van andere paarden, merries en ruinen, maar juist om hem vrijheid te geven zichzelf te zijn, onder de juiste begeleiding.

Zo scheiden wij bijvoorbeeld de hengstveulens ook niet van de merrieveulens. En gaan de jonge hengsten als ze een jaar oud zijn gewoon mee de kudde in. De oudere merries leren hen wel wat mag en vooral wat niet geaccepteerd wordt. Hierdoor leren ze op jonge leeftijd al met respect om te gaan met andere paarden, van welk geslacht en leeftijd dan ook. En die opvoeding brengt niet alleen henzelf veel voordeel, maar zeker ook hun latere eigenaren.

Dit alles is een beknopte uitleg van hoe wij met onze hengsten omgaan en wat onze ervaringen hiermee zijn. Met deze uitleg wil ik zeker geen onervaren mensen stimuleren om met hengsten te gaan werken. Een grote kennis en ervaring met paarden op zich is absoluut van groot belang. En ook begeleiding van buitenaf is onmisbaar.
En vergeet niet dat het mogen werken met een hengst vooral een groot geschenk van het dier aan jou is!

Larisse Engels

Fokkerij. Wat doen we ermee?

Deze maand wil ik eens over de huidige fokkerij hebben. Er vinden tegenwoordig veel veranderingen plaats in de fokkerij. Niet alleen zijn er steeds meer mensen die zich er mee bezig houden, er zijn ook veel meer paarden dan een paar jaar geleden. Maar niet alleen dat, ook de vraag en het aanbod zijn sterk veranderd.

Vroeger was een ‘goed paard’ gewoon een goed paard, maar tegenwoordig hebben we te maken met modetrends zoals kleur en ‘het papier’. Dat vind ik jammer, want de kwaliteit van een paard veranderd er niet door of het nu zwart is of een vos. De beweging en het
exterieur veranderen niet door deze uiterlijkheden.

Toch is het met name in de dressuurwereld een belangrijk aspect dat een steeds grotere rol speelt. Het papier achter het paard wordt steeds belangrijker gevonden. En daarbij gaat het er niet alleen meer om hoe bekend de hengsten zijn die in de afstamming te vinden zijn. Ook de moederlijn wordt steeds belangrijker gevonden.

Als je in de toekomst verder wilt fokken zijn de hengst en de merrie natuurlijk van belang, maar wat heeft de doorsnee ruiter/ amazone daar mee te maken? Helemaal niets, het is een beetje zoals met alle bekende grote merken, die zijn niet perse beter dan onbekendere merken. Ik vind het jammer dat veel mensen zich hierdoor zo laten leiden.
Want uiteindelijk is het toch het paard zelf waar we de proef mee rijden en niet met de papieren die erachter zitten.

Er is een toenemende vraag naar paarden met meer bloed. Maar het gros van de fokkers is daar huiverig voor. Waarom?
Ik denk dat het te maken heeft met onbekendheid en het ontbreken van grote commerciële namen en moederlijnen. Waar men dan niet op let, of men weet het gewoon niet, is het feit dat in de volbloed fokkerij er net zo goed moederlijnen zijn, alleen heten ze daar anders en zijn ze niet zo bekend in de spring‐ en dressuur wereld.

Toch, als je eens op een verloren middagje enkele uren uittrekt om op onderzoek te gaan, kom je interessante dingen tegen. Neem eens de tijd om zo’n volbloedlijn uit te pluizen en de link te leggen naar de hedendaagse fokkerij. Dat heb ik ook gedaan met de TB‐5 TB‐12 en de TB‐13 volbloed merrielijnen.
Het was opzienbarend om te zien hoeveel prestatiepaarden er nu in alle disciplines zijn, die een of meerdere van deze lijnen voeren. Zowel verder terug in de bloedlijn, maar ook vooraan. Het is naar mijn idee dan ook de moeite waard om dit terug naar voren te halen in de afstamming van onze paarden.

Het verschil met onze merrielijnen van spring en dressuurpaarden met die van de volbloeds is eenvoudig: het is alleen de bekendheid bij het grote publiek.
Het hebben van een fokmerrie met een goede bloedlijn kan veel beteken voor de fokkerij.
Dat is natuurlijk gewoon zo. Niet alleen wat betreft vooruitgang in kwaliteit, maar ook commercieel gezien als je het veulen ervan wilt verkopen.

Aan de andere kant: hoeveel goed presterende paarden komen er niet uit een moederlijn‐loze familie? Nou dat kan ik je wel vertellen: dat
zijn er heel erg veel…

Juist door eigen ‘wijs’ te zijn in de fokkerij kan je tot magische resultaten komen! Het enige wat je nodig hebt is een beetje durf…

Larisse Engels.

Wijken voor de kuit.

Wijken voor de kuit is een belangrijk onderdeel van het dressuur rijden. Het wordt toegepast in veel verschillende situaties, door ieder type ruiter en voor elk soort paard of pony.

In het rijden van zowel jonge als gevorderde paarden gebruik ik het wijken vaak. Dat kan tijdens de training in de bak zijn, voor het springen of zelfs tijdens een buitenrit. Waarom en in welke omstandigheden gebruik ik het wijken? Dit is de vraag die ik hier ga beantwoorden, samen met de belangrijkste vraag voor deze les: hoe doe je dat dan, welke hulpen heb je ervoor nodig?

De gewone uitleg

Maar eerst kijken we naar de reguliere, de gewone uitleg. Dan begin je met het afwenden op de binnenhoefslag zodat er een ruimte ontstaat naar de buitenhoefslag toe. Dat is dus de kant op waarnaar wilt wijken. (Voor een wedstrijd is dat altijd naar buiten, in training kan het ook gebruikt worden voor een paar passen naar binnen toe.)

Zodra je op de korte zijde bent afgewend en het paard recht gesteld is, kan er begonnen worden met wijken. Hiervoor wordt lichte stelling aan de binnenhand gevraagd en wordt de buitenteugel iets van de hals afgehaald, om zo een gat te krijgen dat het paard hierna moet opvullen. De stelling aan de binnenzijde is heel licht, het paard moet in de schouders recht blijven, daarna volgt de kuitdruk van het binnenbeen. Dat moet ervoor zorgen dat het paard naar buiten ‘gedrukt’ wordt, naar het gat van de buitenteugel toe. Het buitenbeen blijft controle houden over de voorwaartse drang, zodat het paard niet te sterk zijwaarts gaat. Hij blijft tijdens het wijken recht in zijn lijf met alleen een lichte stelling naar binnen toe. Het paard moet tijdens het wijken het binnenbeen voorbij de afdruk van het buitenbeen zetten.

Zoals ik het doe

Tot zover de reguliere benadering. En dan nu de hulpen voor het wijken zoals ik het zelf graag doe en zie. Uiteraard moet het paard actief en met voldoende scharing en tactbehoud zijwaarts gaan, dat staat voorop. Welke hulpen heb je daarvoor nodig?

Je begint met af te wenden van de hoefslag op de korte zijde. Doe dit de eerste keren slechts een paar meter van de buitenhoefslag af, zodat je in het begin niet te ver hoeft te wijken.

Je wendt dus af, stelt je paard recht en dan ga je beginnen met wijken. Je vraagt dan lichte stelling in de binnenhand, je draait hierbij licht je bovenlijf en schouders, zoals uitgelegd bij de vorige lessen over afwenden, en dan heb je vanzelf de juiste lichte stelling.

Stel je nu voor dat je op je buitenheup een deurtje hebt zitten en doe dat deurtje dan eens een stukje open. Beeld nu jezelf in dat je met de lichte stelling in je schouder, je het paard voorzichtig vraagt door dat deurtje naar buiten toe te wijken. Dat ondersteun je met een lichte druk van de kuit en met de houding van je schouder.

Als je het deurtje een klein stukje open zet, dan zal het wijken licht zijn, als je het deurtje verder openzet dan is de kans groot dat het paard te abrupt en te nadrukkelijk naar buiten wijkt.

Twijfelt je paard?

Twijfelt je paard aan de bedoeling van je hulpen, dan kan je met iets meer kuitdruk komen en eventueel voorzichtig een korte ophouding met je buitenhand maken, om hem de zekerheid van je uitnodiging te geven. Speel maar eens voorzichtig met deze hulpen en voel de reactie van je paard. Zeker omdat je aanpak nieuw en onbekend voor het dier is (en jezelf!) zal je paard wellicht de eerste keren twijfelen. Beloon hem met je stem voor alles wat goed gaat en oefen rustig door. Door het gebruik van je lichaam op deze manier, zal het paard snel je bedoeling snappen en de oefening kunnen uitvoeren.

‘Goed doen’ is de grootste beloning voor jou en je paard!

Hoe ziet de jury het?

Of je het wijken nu doet via de ‘normale’ richtlijn of volgens mijn visie, de actie van het paard blijft het zelfde, alleen het totale plaatje verschilt wel dergelijk. Je wilt in beide gevallen dat hij mooi en gelijkmatig overstapt, in een gelijkmatige tempo, ontspannen en met behoud van tact. Toch is er een groot verschil in beide manieren van het inzetten en begeleiden van het wijken. Het gevoel, de reactie van het paard, en niet te vergeten hoe het er van buitenaf uitziet, is helemaal anders. Want, hoe ziet het er uit voor iemand die langs de kant staat, bijvoorbeeld een jury? Zien die jouw hulpen en de moeite die je moet doen het gevraagde te tonen? De meeste ruiters/ amazones moeten hierop ‘ja’ antwoorden. Hoe vaak zie je niet het binnenbeen van de ruiter ver naar achteren liggen met kuiten en hakken die letterlijk ‘haken’ tegen het paard om hem de beweging uit te laten voeren? Zie je teugelhulpen die meer op rukken en plukken lijken? Dat is dus geen dressuur zoals het zou kunnen zijn. Zoals ik bij de vorige lessen ook al noemde, is het juist de rust, de ontspanning en schijnbare moeiteloosheid datgene wat dressuur zo mooi maakt om naar te kijken.

Het wijker kan vaker

Wanneer kan je het wijken gebruiken? Tijdens je training, of je nu dressuur-, spring-, eventing- of recreatieruiter bent (maar natuurlijk ook andere disciplines) kan je het wijken gebruiken. Dat doe je om je paard sterker te maken, alert te houden op je hulpen, los door zijn lijf te maken, of om te corrigeren. Een paard dat moeite heeft met het recht stellen kan er baat bij hebben af en toe tussendoor een pasje te wijken voor de kuit. Ook een springruiter kan hier gebruik van maken in het parcours om zijn paard net iets voordeliger voor een hindernis te plaatsen. Maar ook tijdens het buiten rijden kan het van pas komen om een obstakel te ontwijken, of om juist een schrikkerig paard te corrigeren en te begeleiden als hij langs een object moet dat hij eng vind.

Het wijken hoeft niet alleen op een rechte lijn uitgevoerd te worden. Het kan ook op een volte of tijdens het rijden van andere figuren. Ik adviseer om er echt mee te gaan spelen. Maar wees niet te streng en focus je er niet te veel op, het is niet de bedoeling het paard te pas en te onpas steeds maar weer opzij te zetten. Gebruik het met wijsheid en blijf vooral jezelf controleren op alle punten die ik de afgelopen lessen aan je heb geleerd. Jij bent het die op je paard zit en iets van hem wilt, het is dus jouw taak om dat correct en vooral met zorg en liefde uit te voeren zodat jullie samen de perfecte eenheid vormen.

En vooral: veel plezier!

Aanleuning: hoe verkrijg en behoud je dat?

In een eerdere aflevering hebben we het gehad over de inwerking van de ruiter op zijn paard. Afgelopen maand legde ik uit hoe je een wending moet rijden.
Nu kunnen we maar de volgende stap.

We willen tijdens het rijden van het paard een fijne aanleuning in de hand hebben , maar wat is dat nu eigenlijk, aanleuning? Betekent dat met de neus op de borst lopen? Is het paard als hij fijn in de aanleuning loopt nu zwaar of juist licht in de hand? En een andere belangrijke vraag: hoe krijgen we die aanleuning tot stand?
Mijn ervaring is dat men uiteenlopende ideeën heeft over wat een fijne aanleuning is, maar laten we beginnen met mijn ideeën hierover.
Ik vind het prettig rijden als een paard licht in de hand is, een gelijkmatige druk geeft in mijn beide handen, reageert op kleine hulpen van mijn handen en de rest van mijn lijf, en daarbij constant is in die aanleuning. De aanleuning van een paard is datgene waar iedereen zowat het eerst naar kijkt, en wat erg belangrijk wordt gevonden voor het algemene dressuurbeeld. Als een paard onrustig is, of trekkerig in de aanleuning, geeft dat voor de dressuur een onrustig beeld en het gaat er juist om dat we een mooi ontspannen en harmonieus beeld zien van ruiter en paard.

Aanleuning is op zich niet moeilijk voor het paard, of je nu op een jong paard zit dat net onder het zadel is of op een getraind/verder doorgereden paard. We hebben het over aanleuning wanneer het paard aan het bit loopt, met een afgebogen hals en zijn hoofd netjes op de loodlijn, (waarbij de neus iets voor de loodlijn mag/kan zijn. Ik heb het nu dus niet over het diep en rond rijden, laat staan over het rijden met de kin op de borst. (Dat is iets waar geen enkel paard beter van wordt!) Een paard een keer wat dieper instellen is op zich geen probleem en kan in de training van een paard best even goed zijn, maar het mag nooit constant worden gebruikt.

Hoe krijgen we die fijne aanleuning nou precies? Ook hierbij moet je er vanuit gaan dat de inwerking van je eigen lijf veel invloed heeft op het paard en in dit geval dus ook op het verkrijgen en behouden van de aanleuning. Hierbij is het volgende van belang.

Eerst ga je ontspannen zitten. Let erop dat je geen spanning hebt of vasthoudt in de rug en nek, ook je schouders, armen en handen moeten ontspannen zijn. Let er ook op dat je onderlijf, dus je heupen, bekken en benen los en ontspannen zijn en meegaan met de beweging van het paard.
Paarden die de neiging hebben in stap van links naar rechts te deinen, moet je anders aanpakken. Zorg bij deze paarden voor, dat je die beweging niet met je onderlijf volgt, maar beweeg juist je bekken/heupen in een beweging van achteren naar voren. Blijf dit volhouden tot het paard jouw beweging volgt en zijn rug ontspant. Deze ontspanning van de rug belangrijk om een gelijkmatige aanleuning te verkrijgen, zonder spanning van hals, kaken en de mond van het paard.

Terug naar de ruiter en zijn zit. Je hebt erop gelet dat alles ontspannen is en meebeweegt met het paard, je voelt dat het paard van achteren naar voren beweegt in de stap en de druk op je teugels is gelijk. Maar om het paard aan het bit te vragen heb je naast je zit uiteraard ook je handen nodig. Door middel van ophoudingen, (het sluiten van je hand alsof je zacht in een sponsje knijpt en weer los laat,) vraag je het paard naar beneden te komen. Voel daarbij of er spanning of weerstand is in één van je beide handen. Als dat het geval is, vraag dan aan die kant iets meer met een lichte ophouding en laat dan gelijk weer los. Als dat niet het gewenste effect heeft kan je je schouder van de tegenoverliggende hand iets naar binnen draaien, zoals je dat ook bij een wending doet. Ondersteun dit even met een kleine beenhulp. Op die manier druk je voorzichtig naar de moeilijke hand toe en zal het paard de spanning daar loslaten. Zodra hij dit doet gelijk weer ontspannen! Want dat is de grootste beloning die je hem geven kan.

Als een paard aan één kant echt stug is in de mond, kan je de druk iets opbouwen in de betreffende hand. Dan kan je met behulp van je schouder en beenhulp aan de andere kant het paard, als het ware wat terug duwen in de richting van de moeilijke hand. En als je dat herhaalt en het meteen beloont als hij het goed doet, zal hij het snel doorkrijgen. Als het paard in de juiste/gewenste aanleuning is gekomen, zorg er dan voor dat beide handen en de rest van je lijf ontspannen zijn, maar blijf wel opletten!

Heb je ook maar een beetje het gevoel dat er iets bij het dier verandert of dat hij spanning opbouwt, werk daar dan meteen preventief op in. Want veel paarden zullen bij het veranderen van tempo omhoog willen komen en zo de aanleuning met de ruiter kwijt raken. Ook hierbij is het dus van belang, voordat je een overgang wilt maken, goed te voelen of op dat moment het paard fijn en constant loopt in de aanleuning. Als dat zo is, voer je de druk voor het maken van een overgang iets op, maar je blijft wel waakzaam (in de hand en hulpen) om het paard in dezelfde positie te behouden. Maak de overgang pas definitief als het paard ook echt fijn is in de hand. Is dit een moeilijk onderdeel voor jou en/of je paard, stel dan tijdelijk als hulp je paard iets dieper in voor de overgang. Maar doe dat niet te vaak!

Als je met onder andere je beenhulpen je paard steeds naar beneden moet blijven vragen, moet je oppassen dat je niet gelijktijdig met je handen en zit het paard blokkeert. Daardoor zou hij niet baar voren weg kunnen. Blijf vooral goed doorademen naar je buik toe en blokkeer vooral je borst en buik niet. En: blijf vriendelijk en open met je zit en handen.

Vergeet vooral niet met je stem het paard te belonen als hij het goed doet. En minstens zo belangrijk: de beste beloning voor je paard is stoppen met de oefening als hij het goed heeft gedaan, train niet eindeloos door! Jullie tevredenheid is van belang, het plezier voor jullie beiden om een mooi samenspel te laten zien. Dat kan en mag natuurlijk nooit afgedwongen worden door ruwe of verkeerd aangeleerde of uitgevoerde hulpen.

Er zijn er die denken hun paard mooi rond te kunnen leren lopen, door ze een of meerdere dagen op stal te laten staan, vastgezet aan de bijzet met de kin op de borst. Dat is pure dierenmishandeling, daar zijn geen andere woorden voor. Even verkeerd is het om je paard vastgezet eindeloos rondjes te laten galopperen aan de longe! En dan vaak nog in een zware bak, dat is niet alleen geestelijke mishandeling voor het dier, maar ook lichamelijk. Want denk maar eens wat dat betekent voor de pezen en gewrichten van het dier! Zie je dat iemand doen, dan weet je zeker dat diegene niet kan rijden en al helemaal geen paard verdient. Wij hebben bij ons een aantal paarden op stal, die op zo\’n manier kapot zijn gemaakt. Paarden zijn levende wezens en geen machines. We weten dat het veel beter is om bijv.10 minuten te trainen en stoppen als het goed gaat en dan nog wat te spelen. Dat is toch veel beter dan gefrustreerd te raken doordat je paard je niet begrijpt of oververmoeid/overvoerd raakt? Houd het leuk en wees dankbaar met de bereidheid tot samenwerking van een dier, dat niet alleen vele malen sterker is dan jij, maar je welzijn vertrouwen schenkt. Dat is heel kostbaar en helemaal waard om te koesteren.
Ik wens je veel succes en rijplezier!

Overigens: als je vragen, op- of aanmerkingen hebt over deze of andere digitale paardrijlessen, laat je horen! Ik zal er graag op reageren.

Larisse Engels

Een rijtip van Larisse

Inwerking hulpen en lichaamsgebruik

Deze maand wil ik het onderwerp over de inwerking van jou als ruiter op je paard behandelen. De meeste mensen leren op hun manege of van hun instructeurs de volgende basishulpen. Namelijk stoppen, is beide teugels naar je toe halen. Wil je naar links of rechts dan trek je een beetje aan die betreffende teugel en wil je voorwaarts dan geef je been. Dat is natuurlijk erg makkelijk gezegd, maar daar komt het uiteindelijk wel op neer.

Wat de mensen over het algemeen niet weten is welke inwerking hun eigen lijf heeft op hun paard. Wat doe je nou precies als je op een paard zit? Welke spieren gebruik je en doe je dat bewust of onbewust? Wat is de reactie van het paard daarop? Dat zijn vragen die meestal niet opkomen bij de ruiter, maar die wel van groot belang zijn.

Alles wat jij in je lijf doet, voelt het paard

Om het simpel uit te leggen moet je er vanuit gaan dat alles wat jij in je lijf doet ook merkbaar is voor je paard en dat het paard reageert door dezelfde spieren( spiergroepen) aan te spannen als jij. Het paard is letterlijk de spiegel van de mens ook als het om rijden gaat.
Daarom is het van groot belang je bewust te zijn van wat je doet tijdens het rijden en dat ook te gebruiken als hulpen om je paard te laten doen wat je van hem wilt.

We nemen als voorbeeld het wenden, dus bijvoorbeeld een volte draaien of van de hoefslag afwenden om van hand te veranderen. Hoe ga je te werk?
Eerst kijken we naar de reguliere manier van uitleggen hoe je dit doet en pakken daarbij de volte als voorbeeld. Als je de volte wilt beginnen, zet je eerst druk op je binnenteugel, je vraagt het paard zijn hoofd en hals iets naar binnen te stellen: dat noemen we stelling vragen.
Dit wordt ondersteund door de buitenteugel iets op druk te houden, zodat het paard niet over de buitenschouder wegloopt. Ook wordt het binnenbeen van de ruiter ter ondersteuning gebruikt om de stelling en buiging van het paard mooi rond te houden, afhankelijk van de grootte van de volte. Als het paard toch over de buitenschouder weg wil lopen, kan naast de begrenzing van de buitenteugel ook nog een beetje het buitenbeen gebruikt worden om er voor te zorgen dat het paard daar niet door weg naar buiten loopt. Dit alles word ondersteund met eventuele beenhulpen van beide benen, om het paard in een gelijkmatig tempo voorwaarts te houden. De druk op de binnenteugel
blijft net zolang als de volte wordt gereden en is afhankelijk van hoe soepel het paard is en hoe stabiel hij is in de aanleuning. In grote lijnen zijn dit de acties die gebruikt worden voor het rijden van een volte.

Instructeurs kijken veel te weinig naar de houding

Over het algemeen wordt er door de instructeurs niet gekeken, of in elk geval te weinig, naar de houding en zit van de ruiter. En dat is nou precies datgene wat het allerbelangrijkste is.

Want hoe rijden we nou eigenlijk een goede volte? Iedere dressuurruiter wil graag zo rijden, dat de mensen aan de kant niet kunnen zien wat hij voor hulpen geeft aan zijn paard. Dat is namelijk wat men ‘echt dressuurrijden’ noemt.

Goed, wat is mijn visie op hoe het dan wel moet?

Heel simpel: we gaan er vanuit dat de manier waarop je je lijf gebruikt gespiegeld word door je paard.

En wat wil je in de volte? In eerste plaats dat het paard van de hoefslag afkomt om aan de volte te beginnen.
Daarbij willen we een goede stelling en buiging van het hele lijf van het paard (niet alleen het hoofd en de hals!), zonder dat het paard wegloopt over de buitenschouder.

Om het paard af te laten wenden om de volte in te zetten moet jij als ruiter dit eerst doen in jouw lijf. Daarbij komt een stukje oude rijtechniek en instructie van vroeger om de hoek kijken die theoretisch wel correct is, maar nooit volledig als zodanig is uitgelegd, namelijk: \\\\\\\\\\\\\\\”kijk waar je heen wilt\\\\\\\\\\\\\\\”.

Kijk waar je heen wilt!

Wat ontbreekt er aan die aanwijzing? Waarom moet je kijken waar je heen gaat en wat betekend dat feitelijk voor je lichaam? Je kijkt niet alleen met je hoofd in de richting waar je heen wilt, maar gebruikt daarbij ook de rest van je lijf.
Het begint bij je hoofd en hals, gevolgd door de schouders en dus bovenlijf, daarna je heupen en je benen. In het geval dat je een volte rijd op de rechterhand, draai je dus met je hoofd in de richting die je wilt. We gaan hier uit van een grote volte, dus draai je niet te ver door, gevolgd door het draaien van je bovenlijf met als belangrijkst punt je schouders.
In dit geval komt je rechterschouder naar achteren en je linkerschouder naar voren. Let daarbij goed op dat je niet je binnenschouder laat zakken maar blijf horizontaal!

Als je dit doet en dan eens naar beneden kijkt dan zie je dat je armen en handen vanzelf zijn meegekomen in de houding die je zou willen hebben bij gewoon afwenden, zoals dat door de doorsnee instructeur wordt gevraagd en uitgelegd.
Dit is dus niet bewust het verplaatsen van de stand van je armen en handen, maar een gevolg van de houding van je schouders. Ook je paard moet namelijk eerst zijn schouders in de juiste positie zetten voordat zijn voorbenen goed kunnen volgen en daarna dan ook de achterbenen.

Paardrijden begint op een stoel

Als je nou op een stoel zit terwijl je deze les leest kun je deze oefening ook doen. Doe het maar eens een paar keer en voel bewust wat er nu precies in je lijf gebeurt.

Als je met de bovenlijf draait (klein stukje, niet te scherp) voel je ook dat je een kleine weerstand/druk in je heupen krijgt. Want ook die komen een paar centimeter mee met de deze beweging.
Die zorgen ervoor dat ook je paard deze beweging in zijn heupen kan maken waardoor de stelling verder wordt doorgevoerd in zijn lijf.
Voel je nu op de volte dat je paard toch wat over de buitenschouder wil weglopen?
Dan is jouw buitenschouder niet voldoende bij de les. Controleer of beide schouders op de gelijke hoogte zitten en sluit eventueel wat extra je buitenhand ter ondersteuning. Heb je het gevoel dat de kont van het paard niet voldoende meekomt? Dat die als het ware wat naar buiten toe weg valt of zelfs wat weg wijkt? Gebruik dan je buitenheup om dit te voorkomen.

Doe je deurtje dicht!

Om het makkelijk uit te leggen zeg ik altijd: als je nou bedenkt dat er een deurtje zou zitten op die heup, dan zou je ook merken dat dit deurtje nu openstaat en het paard daar dus doorheen gaat. Als je nu dit deurtje op deze heup dichtdoet, dan zal je voelen dat het paard niet meer uitbreekt met zijn kont.

Door op deze manier actief bezig te zijn met je lichaam en inwerking van jouw lijf op het paard, kan je gaan ervaren wat dat teweeg brengt in het lijf van het paard. Voel het verschil, en merk hoeveel makkelijker het rijden wordt.
Op het moment dat dit normaal voor je wordt en je er niet meer bij na hoeft te denken, zal je ook zien dat mensen versteld zullen staan van je rijkwaliteit, omdat ze namelijk nauwelijks tot geen hulpen van je kunnen zien, maar wel een paard wat optimaal deze oefening uitvoert!

Veel plezier met deze les!
Larisse

Een holistische instructrice ?

Vorige maand stond het bovenstaande stukje in het tweede e‐zine van Mansolein. En de vraag volgde al snel: het klinkt heel mooi, holistisch instructrice’, maar wat betekent dat nou helemaal? Met het antwoord kunnen we kort zijn, maar we kunnen er ook verschillende e‐zines mee vullen. Want ‘Holistisich’ is afgeleid van ‘Holisme’ en betekent volgens het Van Dale Groot woordenboek: opvatting dat er een samenhang bestaat in de werkelijkheid die enkel uit een beschouwing van het geheel blijkt en niet terug te vinden is in de onderdelen. Duidelijk toch? Nee, niet echt. Het betekent dat alles met alles te maken heeft en dat als er een ‘paardenprobleem’ is, dat er naar alles rondom het dier gekeken moet worden: in eerste plaats naar de mens die bij het dier hoort. En daar is Larisse heel erg goed in.

Het paard staat symbool voor vrijheid en kracht.

Er is iets aan paarden dat uiterst opmerkelijk is: er is zich op dit moment iets bij ze aan het ontwikkelen wat we ‘ik’ zouden kunnen noemen. Dat betekent dat paarden steeds vaker zich bewust worden van zichzelf en van wat ze overkomt. We hebben een tijdje geleden een merrie zien rouwen boven haar overleden veulen, hartverscheurend was dat. Maar ook heel bijzonder, want er zijn vrijwel geen dieren die dat ook kunnen. Olifanten kennen rouw en verdriet en sommige mensapen, maar daar houdt het wel mee op. En nu dus, in snel toenemende mate, paarden.

Waarom zou zo’n krachtig en vrij dier als het paard eigenlijk zijn best voor je doen? Als het goed is, omdat het dier ook voor jou, voor zijn mens, gekozen heeft.
In dat geval kan je van een echte band spreken. Maar ook in zo’n mooi samengaan tussen mens en dier kunnen er dingen fout gaan. Dat komt dan niet zozeer door onwil, maar door wederzijds onbegrip.

Welk mens zit werkelijk helemaal goed in zijn vel?

Heeft niet iedereen ergens een zwakke plek die opspeelt als er bijvoorbeeld spanningen zijn? Denk eens aan je rug: heb je daar soms niet een beetje last van, vooral als er moeilijke omstandigheden zijn? Die spanning zit als het ware vast in de rug, maar dat kan overal zijn: schouders, nek, benen, noem maar op. We weten dat vaak niet eens. Maar als er één is die het wel weet, dan is het wel je paard: die kijkt dwars door je heen…

Niet vreemd toch, dat het dier dan reageert op je, door de dingen net niet helemaal goed te doen? Want hij neemt die spanningen wel van je over.

Larisse ziet die dingen en kan met schijnbaar kleine aanwijzingen je helpen door deze spanningen heen te gaan: jij samen met het paard. Ze kijkt holistisch: naar het geheel, jij en het paard samen. Daar is ze voor opgeleid.

En de resultaten zijn heel vaak ronduit verbluffend.

Paardrijden: over de inwerking op je paard.

Paardrijden is fantastisch!

Het gevoel wat een paard je geeft tijdens het rijden, het samen bezig zijn, het samen werken , de actie en reactie van ruiter en paard. Voelen hoe het paard onder je beweegt, het lijkt soms wel magie. Ik denk dat dát over het algemeen de reden is dat mensen willen paardrijden.

In de praktijk werkt het vaak anders.

Veel mensen gaan elke dag weer vol goede moed naar hun paard toe, in de hoop dat ultieme gevoel van samenwerking met hun paard te bereiken. Maar hoe vaak komt het niet voor dat het mis gaat? Die fijne afstemming tussen de ruiter en het paard wil maar niet tot stand komen, of erger nog, er is miscommunicatie of ronduit protest. Waar komt dit vandaan? Waarom wil het maar niet werken, waar zit de fout, in het karakter of in begrip/ instemming van het paard? Is de ruiter misschien niet duidelijk,vriendelijk of juist niet streng of kundig genoeg?
Vele vragen volgen in de hoop op een antwoord waar men verder mee kan, verder op weg naar dat fantastische gevoel waar we het allemaal voor doen.

Ik ga jullie helpen in je zoektocht

naar de antwoorden op vragen en problemen. Om je te helpen weer het gevoel te krijgen gelukkig te zijn met je paard en de samenwerking tussen jullie beide. Iedere maand als ons E‐magazine verschijnt zal ik een specifiek rijtechnisch probleem behandelen. Een mini‐ les die je van mij krijgt. Heb je vragen of ben je nieuwsgierig naar wat je kunt bereiken met een live‐les bij mij? Neem dan contact met me op om te informeren naar de mogelijkheden.

Vraag van deze maand:

Wat moet je doen om fijn te kunnen paardrijden?

Het begrip ‘goed en fijn’

paardrijden is natuurlijk erg breed. Wat ik van mijzelf als ruiter verlang tijdens het werken met paarden is simpel : goed paardrijden is naar mijn mening het optimale gevoel van aan de éne kant controle hebben over het lijf en de manier van bewegen van mijn paard en mijzelf, en aan de andere kant het gevoel te hebben dat ik tijdens het rijden mijn paard niet in de weg zit, maar juist optimaal begeleid. Een echte samenwerking om tot een optimaal resultaat te komen. Daarbij is het voor mij altijd van belang te kunnen merken of er vooruitgang is in wat ik doe als ruiter en de reactie daarop van mijn paard.

De instelling die jij als ruiter hebt is van groot belang.

Je kan niet van je paard verwachten dat hij blij is je te zien en fijn met je wilt samenwerken als jij zelf in een rotbui bent, stress hebt of met je hoofd bij hele andere zaken bent. Daarvoor is het paard als wezen te
gevoelig en teveel een spiegel van de mens. Zorg ervoor dat je met een positief gevoel naar je paard gaat, probeer de spanningen van alledag achter je te laten en ga met plezier naar je paard toe. Ook het doel wat je jezelf stelt als je gaat rijden verschilt natuurlijk per dag, maar ook per paard.

Als je aan de slag gaat

met een jong paard zijn je verwachtingen anders dan wanneer je op een verder doorgetraind paard rijdt. Op wat voor soort paard, wat betreft type, mogelijkheden en talenten, je ook stapt, het is van het grootste belang de dingen simpel te houden.

Stel je voor wat je die dag wilt gaan doen,

neem iets makkelijks, bv. werken aan de stelling van het paard in de drie basisgangen. Zet echter dit doel niet al te vast in je hoofd. Je hebt te maken met een levend wezen met een eigen wil en karakter. En dus ook met zijn goede en minder goede dagen. Merk je bv. dat je paard niet veel zin heeft vandaag, zijn dag niet heeft of juist erg opgewonden is door omstandigheden van buitenaf zoals het weer? Pas je doel dan aan, ga iets anders doen waarvan je denkt/weet dat het wel haalbaar is in die situatie.
Het belangrijkste voor je eigen gevoel van gelukkig te zijn met het resultaat van het werken met je paard die dag, is om dat doel te kunnen behalen of in elk geval in de buurt daarvan te komen.

Heb je vooraf geen idee waar je direct aan zou willen werken? Dat is ook geen probleem, ga op een ontspannen manier rustig aan de slag en voel en luister naar wat het paard je die dag te vertellen heeft. Neem uit die informatie een punt om aan te werken en neem er je tijd voor. Houd het simpel en haalbaar.

Waarom geen grote doelen stellen

zoals: ik wil dat mijn paard vandaag goed leert wenden waarbij de stelling en buiging elke keer optimaal zijn? Omdat het een doel is dat je niet in een keer gaat halen. Die teleurstelling die je daarbij zal ervaren werkt door op je paard, het geeft niet alleen jou een naar gevoel maar ook je paard zal daar niet gelukkig van worden. En het vertrouwen in jou, maar ook het zelfvertrouwen van het dier, kunnen schade oplopen. Met als resultaat; mislukking en onvrede en een grote kans op miscommunicatie.

Om vooruitgang te boeken

is het van belang kleine tussenstapjes te nemen die je in één werksessie zou moeten kunnen halen. Het kan dus zijn, als je het punt van stelling en buiging neemt, dat je die dag het gevoel wilt kunnen bereiken dat er vooruitgang in zit. Werk aan die stelling; en als het een paar keer goed is gegaan, is het ook genoeg. Ga er dan de volgende dag mee door. Het stellen van een doel hoeft niet te betekenen dat alles in één keer perfect moet gaan, de samenwerking tussen jou en je paard is het belangrijkste, dat is waar je je voldoening en prestatie uit zult halen. Op die manier kan je van je paard afstappen en zeggen: “goh! ik heb echt lekker gereden vandaag!”

Larisse Engels