Paardenspiegelingen

Paard en mens zijn heel sterk met elkaar verweven

Paarden zijn van nature groepsdieren. In natuurlijke staat, vormen ze grote kuddes. In deze kuddes kennen ze een grote ordening, er zullen dan leiders zijn, jonge paardengroepen, alles zal een natuurlijke ordening hebben.
Ook wat betreft leven en dood is alles goed geregeld.

In de natuur is het gemiddeld zo, dat er ieder jaar, op de zelfde tijd, het begin van de zomer bijvoorbeeld, evenveel dieren zijn. Dat is bij konijnen en vogels zo, maar ook bij paarden. Ieder jaar sterven er evenveel als er geboren worden. En dat is maar goed ook. Als dat niet het geval zou zijn, als alles maar zou blijven leven, steeds maar meer, werd de aarde heel snel overvol.

Neem bijvoorbeeld een hamsterpaartje. Als die iedere keer jongen, en die jongen zouden dat ook weer iedere keer op hun beurt doen én ze zouden allemaal blijven leven, dat had je na zeven jaar een volume aan hamsters zo groot als de hele aarde. Dat kan dus niet. Gelukkig zijn er talloze dieren die wel een hamstertje lusten.

Voor paarden geldt dat ook. Ieder jaar zouden er evenveel moeten sterven als dat er geboren worden, voor het evenwicht. Maar het wilde paard bestaat in feite niet meer, het paard staat nu voor het overgrote deel in kleine weitjes, met als het geluk heeft nog wat contact met andere paarden over de afrastering heen.
Voor heel veel paarden vormt de mens hun enige sociale contact. Op zijn minst is de mens belangrijk voor ze, die zorgt voor het eten tenslotte. Zelfs dat kunnen onze paarden niet zelf bij elkaar scharrelen. In Nederland staan meer dan een half miljoen paarden. Die hebben echt niet allemaal de ruimte om hun eigen kostje bij elkaar te scharrelen.
Komt er een veulen? Wordt het leven beëindigd? Het is meestal de mens die beslist en kiest. De mens heeft ‘de natuur’ van het paard naar zich toe getrokken.

We hebben bij Mansolein flink wat ruimte. De paarden lopen ’s zomers in groepen op ons eigen land. Maar ook deze paarden zijn helemaal van de mens afhankelijk.
Om veilig in de groep te zijn, zijn paarden uiterst gevoelig voor lichaamstaal. Het is ongelooflijk wat ze elkaar allemaal met de allerkleinste bewegingen vertellen kunnen. En zoals ze elkaar doorlopend in de gaten houden, zo observeren ze ‘hun’ mens met even grote precisie.

Paarden zijn voor geboorte en dood voor een groot deel van de mens afhankelijk. Het is de mens die beslist over inseminatie en hengstkeuze. Het is ook de mens die de dierenarts erbij haalt als het dier ziek is. E in de natuur zijn dieren eigenlijk nooit ziek: ze zijn of gezond of stervend/dood. Wij houden ze in leven en daardoor zijn het er ook ieder jaar weer meer…

Paarden zijn dus ziek door dat de mens ze in leven houdt. Maar niet alleen daardoor. Door de enorme gerichtheid van het paard op ‘zijn’ mens, neemt het ook de kwalen van die mens over. Zie je een paard met een stijve nek? Kijk dan, voor je daar wat aan gaat doen, eerst eens naar de nek van de bijbehorende mens. Heeft een paard rugklachten? Kijk eens naar de rug van zijn menspartner.

Dat betekent dat als een paard klachten heeft, behandeling veelal alleen zin heeft als de bijbehorende mens daar bij betrokken wordt. Zo sterk is die spiegeling van het paard naar de mens. Als onze hulp gevraagd wordt bij problemen met een paard, adviseren we bijna altijd ook de bijbehorende mens te behandelen. Vaak raden we een combinatie van edelsteentherapie en bloesemremedie aan.
En het is afhankelijk van de aard van de klachten welk van die twee voor wie is: bloesem voor het paard en een steen voor de mens, of andersom.

De resultaten zijn verbluffend. Dat bewijst op zich al dat onze gedachten kloppen over de spiegeling tussen dier en mens. Maar ook bewijst dat hoe eenvoudig het soms zijn kan: genezen van mens en dier. En hoe goedkoop bovendien…

Paarden met een ‘ik’

Veel paarden vertonen tekenen van een (naderende) ‘ik’, maar er zijn er nog niet zo veel waar die ontwikkeling ver gevorderd is. Allerlei symptomen kunnen er op wijzen, maar het is bij de paarden-‘ik’ net als bij de ‘nieuwetijdskinderen’, of kinderen met ADHD, er zijn geen eenvoudige lichamelijke kenmerken voor aan te wijzen. Bepaalde symptomen bij het paard kunnen ook op iets anders wijzen dan een ikontwikkeling, die kunnen ook driftmatige of instinctieve achtergronden hebben. Zo is het zich van de mens afwenden door het paard één van de aanwijzingen dat er sprake is van een ‘ik’, maar dat kan even zo goed deel uitmaken van natuurlijk paardengedrag, bv. in de strijd om de rangorde. Het kan ook het gevolg zijn van angst als het gevolg van eerdere, slechte ervaringen van het dier. Er staan ons dus slechts vage aanwijzingen ten dienste bij het beoordelen of paardengedrag er op wijst dat er sprake is van een (aanstaande) ‘ik’, of dat er
iets anders met het dier aan de hand is. Maar de volgende elementen in het paardengedrag kunnen, vooral als er meerdere verschijnselen gelijktijdig aanwezig zijn, een goede aanwijzing vormen.

– Het paard is ongelukkig. Zonder lichamelijke oorzaak ‘wil’ het niet meer. Dat kan zelfs zo ver gaan dat het weigert te eten. Hij reageert flauw en trekt zich terug. Ook met andere paarden gaat het gedrag moeizaam.
– Het paard is agressief en onberekenbaar. Het reageert op alles van de mens overdreven. Het heeft buien, soms wil hij graag werken, andere keren is hij niet vooruit te branden.
– Het paard is overdreven eenkennig (terwijl het wel de kans heeft met meerdere mensen en/of paarden contact te hebben.)
– Het vertoont overdreven spiegelgedrag t.o.v. de menselijke partner, het neemt zelfs kwalen van de mens over.
– Vóór het paard bij de huidige menspartner kwam, had het al een hele geschiedenis achter de rug van blessures en strijd.
– Het paard is door een reeks onwaarschijnlijke ‘toevalligheden’ bij de huidige partner terechtgekomen. Het lijkt wel alsof de keuze
voor deze partner van het paard is uitgegaan.
– In tegenstelling tot vroegere situaties rond het paard, is het nu, bij de huidige partner, stralend en gelukkig, het is als het ware een ander paard geworden.
– Het maakt duidelijk keuzes wat betreft relaties met anderen (paarden of mensen), en is uit zijn doen als die ander er niet is.
– Het toont verdriet of zelfs verschijnselen van rouw bij verlies van een mens, groepsgenoot of veulen, maar kan ook vreugde en
blijdschap laten zien.
– Hij is uiterst gewillig voor degene die hij zelf uitkiest, maar geeft dan ‘problemen’ door het niet begrijpen van die mens.
– Het is een paard wat je het gevoel geeft dat je hem alles moet uitleggen voordat hij het wil begrijpen.
– Het paard vertoont ‘menselijke’ trekjes zoals trots, kinderachtigheid (lange tenen), is snel beledigd, kan duidelijk nee tegen je zeggen, zich van je afwenden of wil juist graag spelen.
– Het paard houdt er duidelijk rekening mee dat de mens geen paard is, hij is voorzichtig en past zijn gedrag aan.
– Het houdt andere paarden op een jaloerse manier bij ‘zijn’ mens weg.

Al deze gedragingen kunnen op een ‘ik’ wijzen bij het paard, maar kunnen ook andere, instinctieve, achtergronden hebben. Als het paard meerdere van bovenstaande beelden vertoont, dan is het toch wel waarschijnlijk dat er zich een ‘ik’ aan het ontwikkelen is, of zelfs al volop aanwezig is. Nu is het voor het klassieke, ‘gewone’ paard helemaal niet erg om behandeld te worden als een paard met een ‘ik’. Andersom kan je echter verzekerd zijn van problemen.
Het onderscheid tussen het instinctieve, driftmatige paardengedrag en het gedrag van ‘ik’ paarden is moeilijk. Eigenlijk hebben we maar één instrument waar we wat dit betreft op kunnen vertrouwen: intuïtie. En dat is meteen ook de grote uitdaging waar het paard ons nu voor plaatst. Het is door de huidige
ik-ontwikkeling bij paarden, dat de mens voor het eerst op grote schaal de kans krijgt contact te maken met niet-menselijke wezens die zelfbewustzijn hebben. Door het ontwikkelen van de intuïtie, en daardoor van onze helderziende vermogens, zullen we in staat zijn deze uitdaging aan te gaan en werkelijk contact te maken met het zelfbewuste paard.

Tot zover over wat er nu bij heel veel paarden aan het gebeuren is. Dat is ongelooflijk boeiend maar in de dagelijkse omgang wordt het er niet makkelijker door. Er zijn nu heel veel ‘paardenproblemen’ die er vroeger niet waren. Maar, juist bij deze ongrijpbare en vage moeilijkheden, passen bij uitstek zulke vage en ongrijpbare oplossingen als bloesemremedies en edelsteentherapie.
Het aardige van het werken hiermee, is dat er niet zoveel fout mee kan gaan (maar pas op!).
Vooral als we er van bewust zijn dat paarden totaal andere wezens als mensen zijn, en als we leren heel goed naar hun aard te kijken, kunnen we er zelfs wonderen mee verrichten. We hebben al menig ‘hopeloze’ situatie met paarden op eenvoudige en snelle manier kunnen oplossen. Met bloesemremedies en edelsteentherapie. En dat is nog lekker goedkoop ook.