Je ziet het steeds meer: mensen die een paard zoeken om mee aan het werk te gaan, en die dan graag een hengst willen, omdat dat toch iets speciaals is. Daarom wil ik deze maand graag mijn kennis met jullie delen over het werken met hengsten.
Ook ik heb een voorkeur voor hengsten in het werk. Niet omdat merries vervelender zouden zijn door hengstigheid of zo, maar om het ‘beetje extra’ wat je van een hengst kan krijgen.
Een hengst is iets speciaals, niet alleen wat betreft het in het uiterlijk, maar ook in uitstraling, het vertoon van kracht en elegantie. Om daar als mens mee te mogen samen werken is toch een droom, zeker als die samenwerking ook echt goed gaat.
Het vertrouwen van een hengst winnen is echter niet zo makkelijk.
In veel boeken wordt er gewaarschuwd hoe gevaarlijk hengsten zijn en hoe moeilijk het is op een veilige manier met ze te werken. Deze waarschuwingen zijn veelal op hun plaats, maar naar mijn idee vaak overdreven.
Hengsten hoeven niet gevaarlijker te zijn dan een ruin of merrie, mits hij goed is opgevoed en mits de persoon die er naast staat of op zit weet wat hij doet. En daar schort het vaak aan.
Mijn ervaring met hengsten is goed. Gek genoeg waren het hengsten waar ik mijn eerste echte paardenervaring mee heb opgedaan. Dit begon al op Texel waar er altijd jonge hengstengroepen achter ons huis liepen van een plaatselijke fokker. Dit waren paarden die niet heel veel in handen kwamen en dus niet bepaald handmak waren. Uren deed ik er over om ze te kunnen benaderen en aaien. Zonder veel kennis van zaken was ik in staat snel contact met ze te krijgen en hun vertrouwen te winnen.
Later was dit ook het geval bij jonge hengsten van andere fokkers. Ze hadden altijd de zelfde krachtige uitstraling en ik voelde mij vereerd dat ze met me accepteerden. Als een hengst vertrouwen geeft voelt dat altijd als iets bijzonders.
Een hengst kan je niet dwingen iets voor je te doen, en zeker niet met geweld of dwang. Voor een hengst moet je het verdienen om met hem te mogen werken. En die vertrouwensband blijft er altijd, dat is de sleutel om met een hengst veilig te kunnen werken, dat is iets wat blijft. Je kan het echter niet zomaar vanzelfsprekend vinden, dat vertrouwen. Je moet er aan blijven werken en het iedere keer weer verdienen.
Ook de eerste keren dat ik jonge paarden beleerde, waren het hengsten. Een van de belangrijkste lessen die ik heb geleerd kwam van mijn broer Siko. Hij was nog een leek wat paarden betreft toen hij met ons dit bedrijf begon, en had dus zijn hele eigen‘wijze‘ manier van doen met de paarden. Omdat ik niet altijd sterk genoeg was voor de hengsten, zeker als zij een correctie nodig hadden, nam Siko het van mij over. Hij was streng voor ze maar zeker rechtvaardig.
Op het moment dat het gevoel tussen hem en de hengst goed was gaf hij ze ook de vrijheid hun hengstzijn te tonen, maar ook om hengstendingen te doen zoals het snuffelen aan een mest hoop van een ander paard.
Ik had geleerd dat dit geen goed idee was; iedereen vertelde mij, en in de boeken stond dat ook, dat het gevaarlijk gedrag tot gevolg zou hebben. Dit bleek echter niet waar te zijn. Het bleek belangrijk te zijn dit hengstengedrag toe te staan, maar altijd binnen de grenzen die de begeleider stelt. En omdat Siko de hengsten deze vrijheid onder zijn begeleiding en voorwaarden gaf, kreeg hij een enorm respect van de hengsten terug. Ze waardeerden hem omdat ze hun hengstzijn mochten gebruiken. En als het eens een keer niet mocht of de hengst gedroeg zich niet netjes, hoefde Siko maar een kleine correctie te geven en het paard kwam al terug bij hem.
Hiermee leerde ik van Siko een belangrijke les die nog steeds van groot belang is. Het resultaat hiervan was dat ik op een veilige en erg plezierige manier met deze indrukwekkende dieren kon werken.
Op het moment dat wij beginnen met het beleren van de paarden, zo tussen de 3 en 4 jaar, doen we dat in onze buitenbak. De bak ligt centraal gelegen tussen de weilanden en er staan altijd andere paarden om heen. Zeker de merries met veulens staan er eigenlijk altijd wel vlak bij. Dit is natuurlijk een grote bron van afleiding voor met name de jonge hengsten. Toch is dit een hele goede oefening, ook al beginnen de hengsten nog maar net met werken. Zeker als ze eenmaal goed gewend zijn aan de longe, werk ik graag aan in de achterkant van de bak met ze, de plek die het dichtste bij de merries is. Hierbij leren ze dat als ik met ze aan het werk ben, ze moeten opletten en het gevraagde werk moeten uitvoeren.
Maar als de omstandigheden er naar zijn krijgen ze ook de kans om hun hengstzijn te tonen en een paar rondjes te showen naar de merries toe. Maar dan wel op de voorwaarde, dat als ik zeg dat het genoeg is geweest, ze er ook mee stoppen. Als de band tussen jou en de hengst sterk genoeg is zal hij dit respecteren.
Let wel, de hengst mag niet uit zichzelf beginnen zonder dat er controle op is van de begeleider.
Door dit op de juiste momenten wel toe te staan of juist iets te motiveren zoekt je de grenzen op met de hengst en zul je hier profijt van hebben in situaties die anders zijn dan thuis zoals bv. op wedstrijden. Daar is het juist een plus als een hengst zich extra mooi wil maken, onder jou begeleiding, zonder dat er gevaarlijke situaties ontstaan.
Veel mensen die bij ons op het bedrijf zijn geweest, maar ook mensen die hier een paard/ hengst hebben gekocht, zijn verbaasd over hoe makkelijk onze hengsten in de omgang zijn. Hoeveel respect en vertrouwen ze hebben in de mens in het algemeen. En dat ze er zo mee kunnen werken zonder enig probleem.
Een deel van het geheim, wat nu dus geen geheim meer is, ligt dus bij de opvoeding van de hengst. En dat laat maar weer eens zien hoe belangrijk dat is. Het zit hem dus niet in het verbieden en het paard apart houden van andere paarden, merries en ruinen, maar juist om hem vrijheid te geven zichzelf te zijn, onder de juiste begeleiding.
Zo scheiden wij bijvoorbeeld de hengstveulens ook niet van de merrieveulens. En gaan de jonge hengsten als ze een jaar oud zijn gewoon mee de kudde in. De oudere merries leren hen wel wat mag en vooral wat niet geaccepteerd wordt. Hierdoor leren ze op jonge leeftijd al met respect om te gaan met andere paarden, van welk geslacht en leeftijd dan ook. En die opvoeding brengt niet alleen henzelf veel voordeel, maar zeker ook hun latere eigenaren.
Dit alles is een beknopte uitleg van hoe wij met onze hengsten omgaan en wat onze ervaringen hiermee zijn. Met deze uitleg wil ik zeker geen onervaren mensen stimuleren om met hengsten te gaan werken. Een grote kennis en ervaring met paarden op zich is absoluut van groot belang. En ook begeleiding van buitenaf is onmisbaar.
En vergeet niet dat het mogen werken met een hengst vooral een groot geschenk van het dier aan jou is!
Larisse Engels
Copyright Haras Mansolein | Realisatie: Horsedesign.nl