Het rijden van de travers

Hoe rijd je een travers, wat is de bedoeling ervan en wat kunnen we ermee? Allemaal vragen die ik wil beantwoorden in deze editie van de digitale rijles! Eerste belangrijke punt is dat je voor het rijden van een travers de volgende dingen goed onder de knie moet hebben. Je paard moet geheel op eigen benen en met een goede aanleuning constant zijn.

Eerste belangrijke punt is dat je voor het rijden van een travers de volgende dingen goed onder de knie moet hebben. Je paard moet geheel op eigen benen en met een goede aanleuning constant zijn.

Voorbereidingen op deze oefeningen zijn het kunnen rijden van bijv. wijken en schouderbinnewaarts. Zoals bij alles wat je doet tijdens het zitten op een paard is je eigen lichaamsgebruik van het grootste belang voor de inwerking op je paard en dus begint ook de travers bij je eigen lijf. Niet alleen de been‐ en teugelhulpen die je geeft.

Bedenk wat travers eigenlijk is:

Travers is een oefening op 2 hoefslagen met 4 sporen.
Dat wil zeggen dat wanneer je achter het paard staat je steeds duidelijk alle vier de benen kunt zien.

Het paard gaat licht gebogen om het binnenbeen en kijkt in de richting waarin het gaat. De voorhand blijft hierbij op de hoefslag en de achterhand wordt naar binnen geplaatst.
Hierbij zullen de buitenbenen de binnenbenen kruisen en moeten beide achterbenen naar voren blijven grijpen en zich niet zijwaarts gaan bewegen.

Om de oefening uit te voeren gebruik je je lichaam op de volgende manier: je wilt dat je paard diagonaal loopt zoals hierboven beschreven is, dus heb je deze beweging ook nodig in je eigen lijf. Om de travers in te zetten gebruik je de stelling en buiging van het ‘rijden door de hoek’ of door een kleinere volte, vervolgens neem je deze stelling en buiging mee en behoud je dat op de volgende manier in je lijf; je neemt lichte stelling aan in je schouders hierdoor krijg je een hele lichte druk op je buitenteugel, let op: het paard mag hier niet zwaar op worden!
Met je binnenheup ga je wijken, dat wil zeggen: je zet het deurtje op je binnenheup open en drukt zo de achterhand van het paard, met lichte hulp van je buitenbeen, naar binnen toe.
Maar tegelijk wijk je met je buitenschouder, dat wil zeggen: je drukt de buitenschouder van het paard naar jouw buitenschouder toe, en zo voel je de diagonale werking in je lijf van de binnenkant, (je heup) en de beweging naar de buitenkant (je schouder).
Je schouderstelling houdt je paard tegen om naar binnen te komen en alleen te wijken; je schouder begrenst het paard dus.
Houd hierbij goed impuls naar voren toe. Door deze stelling zullen je benen al in de goede positie liggen. Komt je paard teveel met de neus naar binnen of buigt hij teveel in de hals?
Begrens dan je buitenschouder wat meer en vang eventueel wat op met je buitenhand.

Het rijden van travers is natuurlijk niet alleen een oefening voor de wedstrijdring.
Het maakt je paard ook sterker in zijn dagelijkse leven.
Deze oefening kan dus ook ingezet worden voor de algemene training en het sterker maken van je paard.
Speel hier rustig mee maar let op dat je paard niet uit zichzelf deze houding aanneemt, blijf zelf rijden en ga er niet te veel op door. Als je recht de hoefslag volgt moet je paard ook recht gericht naar voren willen blijven lopen!

Veel succes en geniet ervan!

Larisse Engels

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *